Algemene informatie

Niet Kerende Grondbewerking betekent het systematisch vermijden van intensief kerende of mengende grondbewerking. Het doel is maximale opbouw van bodemstructuur gevormd door planten en bodemleven. Niet Kerende Grondbewerking is een middel om de natuurlijke processen zo min mogelijk te verstoren. Naast veranderingen in grondbewerking is streven naar maximale bodembedekking een belangrijke succesfactor.

Er worden in binnen- en buitenland veel verschillende termen gebruikt:

Minimale grondbewerking/ Minimum Tillage: Dit komt vergaand overeen met Niet Kerende Grondbewerking. Er wordt gestreefd naar het zo min mogelijk bewerken van de grond;
Directzaai/ No tillage: Bij deze vorm van landbouw is er geen sprake meer van grondbewerking. Gewassen worden in de stoppel of groenbemester gezaaid;
Conserverende landbouw/ Conservation Agriculture: In deze vorm van landbouw wordt de bodem niet of nauwelijks bewerkt. Hierbij ligt ook de nadruk op de inzet van groenbemesters/ mulch en belang van vruchtwisseling.
De voordelen van NKG worden pas effectief als diepe en intensieve bodembewerking consequent wordt vermeden. De voordelen hebben vooral betrekking op de bodemkwaliteit. De voordelen voor de bodem bij goed uitgevoerde en geslaagde NKG zijn:

• Meer bodemleven

• Betere bodemstructuur

• Diepere doorworteling

• Betere waterinfiltratie

• Meer capillaire opstijging

• Betere draagkracht en berijdbaarheid

• Minder erosie door wind en water

• Lager brandstofgebruik

• Lager arbeidsbehoefte nodig voor grondbewerking

• Minder afspoeling mineralen en gewasbeschermingsmiddelen naar de ondergrond

Risico’s van NKG zijn vooral extra druk van slakken en muizen. Bij bedrijven die veel granen telen kunnen Mycotoxinen als DON een groter probleem zijn.

Wat gebeurt er als NKG wordt toegepast?

Intensieve bodembewerking heeft vele nadelen. De toplaag is biologisch de meest actieve laag. Door deze laag te vermengen in de ondergrond en door de bewerking zelf sterft veel bodemleven af. Ook gangenstelsels die zijn ontstaan door bodemleven of plantenwortels worden doorbroken. Door bodembewerking verteerd organische stof sneller en komt het terecht in lagen waar minder zuurstof en bodemleven is. Door bodembewerking worden mechanisch poriën gevormd. Deze poriën zijn niet stevig. Na grondbewerking is de bodem gevoelig voor bodemverdichting.

Als de bodem met rust wordt gelaten breidt het bodemleven enorm uit. Hierdoor worden veel nieuwe poriën gevormd. Ook de gangenstelsels die door plantenwortels worden gevormd blijven intact. Deze gangenstelsels en poriën zijn veel sterker en stabieler waardoor de bodem minder gevoelig is voor bodemverdichting. Door deze opbouw van poriën ontstaat zeker dieper in de bouwvoor later een hoger luchtgehalte. De aansluiting van boven en ondergrond wordt langzaam ook beter. De natuurlijke poriën zijn zeer geschikt bij het watertransport van boven naar beneden (waterinfiltratie) en bij het transport van onder naar boven (capillaire opstijging). Een storende laag als een ploegzool verdwijnt langzaam doordat bewerkingen op deze diepte niet meer plaats vinden. Inzet van groenbemesters of mulch versterken deze processen enorm. Groenbemesters beschermen de toplaag tegen verslemping en de beworteling is gunstig voor de structuur. Zowel mulch als groenbemesters beschermen de toplaag en bouwvoor tegen slemp en erosie. Ook is mulch en groenbemesters een voedingsbron voor het bodemleven.

Na ca 5 jaar ontstaat een stabiel systeem waarbij de bodem in de gewenste toestand is. Dan zorgen brandstof en arbeidsbesparing naar verwachting voor een positief economisch voordeel.


Afbeelding 1: Luchtgehalte in bodemlagen bij verschillende bodembewerking


Afbeelding 2: Reductie in bodemerosie in verhouding tot percentage bodembedekking met gewasresten.

De overgangsperiode

Grond die altijd is intensief is bewerkt met ploeg of spitmachine heeft geen groot volume stabiele poriën. Ook voldoende bodemleven om de structuur te onderhouden ontbreekt. Vrijwel altijd is er sprake van storende lagen zoals een ploegzool. Als wordt gestart met NKG is het daarom belangrijk de eerste jaren af en toe in te grijpen. Doel hiervan is om de waterinfiltratie veilig te stellen. Zeker de eerste jaren kan de hoofdgrondbewerking (voorheen ploeg of spitmachine) worden vervangen door te woelen. Dit mag niet te diep, intensief (te veel tanden, of grote beitels) of te mengend worden uitgevoerd. Zaai gelijktijdig met deze bewerking groenbemesters in maar berijdt de grond in elk geval na deze bewerking niet meer.

Diverse onderzoeken hebben aangetoond dat er gedurende de overgangsperiode geen sprake hoeft te zijn van opbrengstderving.