In onderzoek

In 2008 heeft PPO een literatuurstudie gedaan naar de effecten van niet kerende grondbewerking (NKG) versus ploegen. In deze studie werden een viertal vragen gesteld.

Vraag 1, Leidt NKG in vergelijking met ploegen tot betere opbrengsten, of bij gelijke opbrengsten tot minder input van messtoffen?

Met bovengrondse gewassen (o.a granen) worden met NKG vergelijkbare opbrengsten gehaald als met ploegen. Bij rooivruchten zijn er in het verleden wel lager opbrengsten gemeten. Dit kwam doordat vaak verkeerde grondbewerkingen werden gekozen. Hierdoor werd bijvoorbeeld later gepoot. Dit gaf in een proeven gemiddeld 9% minder opbrengst. Er waren ook jaren dat geploegde percelen meer last van slemp hadden waardoor hier juist minder opbrengst van af kwam. Conclusie: door een goede keuze van machine en timing van NKG kunnen vergelijkbare opbrengsten worden gehaald ten opzichte van ploegen.

Vraag 2, Leidt NKG in vergelijking met ploegen tot meer of minder onkruiddruk?

NKG zorgt niet eenduidig voor meer onkruiden. De onkruiddruk bij NKG is duidelijk gerelateerd aan teelt van het voorgaande jaar. Extra aandacht gaat wel uit naar wortelonkruiden, grassen en kortlevende eenjarige soorten. Vaak hoort bij NKG het tijdig afbranden van onkruiden met glyfosaat. De afhankelijkheid van chemische onkruidbestrijding is bij NKG hoger dan bij ploegen. In Nederland zijn echter ook een flink aantal biologische bedrijven die NKG toepassen. NKG is dus niet per definitie afhankelijk van herbiciden.

Vraag 3, Leidt NKG in vergelijking met ploegen tot een verandering in activiteit van het bodemleven?

Alle geraadpleegde onderzoeken tonen aan dat de biodiversiteit van het bodemleven in kwantiteit en kwaliteit toeneemt bij NKG. Hoe minder de grond bewerkt wordt hoe beter de instandhouding van het bodemleven. Regenwormen, loopkevers, langdradige schimmels, langere nematoden nemen toe. Ziekten en plagen krijgen minder kans met de aanwezigheid van meer natuurlijke vijanden in en op de grond.

Vraag 4, Leidt NKG in vergelijking met ploegen tot meer natuurlijke weerstand tegen ziekten en onderdrukking van plagen?

Afhankelijk van het gekozen systeem, gewasteelten en rotatie kunnen bij NKG specifieke ziekten en plagen toenemen. Er kunnen meer problemen voorkomen met ritnaalden, emelten, aardrupsen, slakken, bonenvlieg en muizen. Ook fusarium in graan kan toenemen. Dit is niet alleen aan NKG toe te schrijven maar ook aan andere teeltmaatregelen zoals bijvoorbeeld de gewasbescherming. Er zijn meer voorbeelden waarbij geen invloed van type grondbewerking wordt gevonden. Natuurlijke vijanden zoals loopkevers, en roofmijten worden met NKG veel meer gevonden. De aanwezigheid van deze natuurlijke organismen dragen bij aan een betere weerstand van ziekten en plagen.

En de boer hij ploegde niet meer